De meeste classificatiesystemen die we hier beschrijven komen uit de Verenigde Staten van Amerika. Het is zeker niet zo dat al deze systemen overal in Nederland en de rest van Europa worden gebruikt. Ook in de verschillende zorgopleidingen wordt niet altijd even veel aandacht aan deze classificatiesystemen besteed. Wanneer je vaak met een bepaald systeem werkt, is het handig om dit te gebruiken bij het klinisch redeneren.  Als je goed begrijpt waarom je een systeem op een bepaalde manier hebt ingevuld, ben je actiever aan het nadenken over de inhoud. Je kan het systeem ook gebruiken om je gedachten te delen met collega’s, bijvoorbeeld tijdens een overdracht of tijdens onderwijsmomenten. Ook kan je het systeem gebruiken om te zien of je goed bezig bent: verandert de situatie van de zorgvrager op de manier die je voor ogen had?

Aan de andere kant is het een grote beperking om alleen met classificatiesystemen te werken bij het klinisch redeneren. Juist omdat deze systemen niet overal worden toegepast, kan je in een situatie terechtkomen waarin iedereen om je heen op een andere manier klinisch redeneert. Ook dekt elk systeem maar een klein deel van het klinisch redeneren. Het is dus belangrijk dat je onafhankelijk van deze systemen nog steeds kunt klinisch redeneren. Hierom leer je met de methode van dit boek en de digitale oefenomgeving klinisch redeneren op basis van symptomen, bevindingen en casuïstiek (voorbeelden uit de zorgpraktijk). De kennis die je hierbij opdoet, kan je later wel in verschillende classificatiesystemen toepassen.