Er zijn verschillende cognitieve stoornissen die kunnen optreden bij dementerende patiënten. Deze stoornissen hebben allen betrekking op het denken en taalvermogen.
  • Afasie: kan worden onderverdeeld in sensorische en motorische afasie. Bij sensorische afasie begrijpt de patiënt woorden niet goed. Bij motorische afasie kan een patiënt zichzelf niet goed uitdrukken. Dit komt doordat hij/zij niet op het juiste woord kan komen. Afasie komt niet alleen voor bij dementie, maar ook bijvoorbeeld na een herseninfarct.
  • Apraxie: het uitvoeren van aangeleerde vaardigheden gaat achteruit. Hierbij is er nog wel een goede spierfunctie. Alledaagse handelingen zoals aankleden of naar het toilet gaan kunnen problemen geven. Ook kan het hierbij gaan om complexere zaken als schrijven, tekenen of rekenen.
  • Agnosie: de herkenning van bijvoorbeeld personen, voorwerpen en geuren is gestoord. De functie van de zintuigen is hierbij wel goed. De oorzaak hiervan ligt dus in de hersenen.
  • Stoornis in het abstracte denken: dit omvat moeite met vooruit denken en plannen, het begrijpen van spreekwoorden en rekenen, maar ook omgaan met geld.
  • Stoornis in het beoordelingsvermogen: patiënten hebben minder inzicht in het eigen functioneren. Ze kunnen zichzelf overschatten of een situatie verkeerd beoordelen. Het gevolg hiervan is het vertonen van afwijkend gedrag of het onderschatten van risico’s.