Moreel gedrag heeft te maken met het onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad. Ethiek is de manier waarop wij nadenken over goed gedrag. In het geval van klinisch redeneren gaat het om het welzijn van de zorgvrager en zijn omgeving, maar ook om je eigen welzijn als zorgverlener. Je wil natuurlijk dat alles optimaal is om de beste zorg en veiligheid voor iedereen te garanderen. Soms is dit helaas niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat de ideeën van de zorgvrager, zijn familie en misschien wel van jou niet overal hetzelfde zijn.

Voorbeeld:

Je bent betrokken bij de behandeling van Celine Harteveld, 16 jaar. Zij komt uit een streng gelovig gezin. Celine lijdt aan een ernstige vorm van bloedarmoede, waarvoor zij bloedtransfusies nodig heeft om te overleven. Volgens de geloofsovertuiging van haar ouders, mag Celine geen bloedproducten toegediend krijgen. Celine weet zelf niet zeker of zij dit wel of niet wil. De artsen overwegen om Celine ’s nachts toch bloed te geven, zonder dat de ouders het weten.

Wat is nu goed en wat is fout? Iedereen heeft zijn eigen morele ‘kompas’. Je wil de zorgvrager goed behandelen op basis van je eigen opvattingen, maar misschien is het voor de zorgvrager zelf helemaal niet de goede keuze. Voor heel veel situaties zijn geen regels wat goed is en wat niet. Je morele kompas wijst je in een bepaalde richting, waarbij je wordt beïnvloed door je eigen mening, de wensen van de zorgvrager, de ideeën van je collega’s en je ervaring. Het is belangrijk dat je de wensen van de zorgvrager begrijpt en respecteert. Daarvoor is het nodig dat je je kan inleven in een ander, maar ook dat je achtergronden kent van culturele verschillen. De juiste keus voor de ene zorgvrager is lang niet altijd de juiste keus voor een ander.

Moreel gedrag en ethiek is niet iets wat je kan leren in een korte cursus. Je hebt je hele klinische carrière nodig om jezelf te ontwikkelen als moreel denker. Let goed op ervaren zorgverleners om je heen. Observeer wat ze doen en probeer te bedenken waarom zij dit zo doen. Bedenk voor jezelf wat je vindt dat goed-, maar ook wat minder goed gaat. Bespreek dit met ze en vraag naar hun argumenten. Juist door samen klinisch te redeneren over moreel gedrag en ethiek, zorg je ervoor dat je morele kompas zich ontwikkelt, bij jou, maar ook bij je team.