Met ‘beleid’ bedoelen we ‘de acties die je uitvoert omdat je een plan hebt’. Een plan voer je uit omdat je een doel hebt. Dit doel is gericht op verbetering van de situatie van de zorgvrager.

Verbetering van de situatie van de zorgvrager betekent niet altijd dat we proberen te zorgvrager te genezen (in geval van ziekte). Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat we zorgen dat de zorgvrager geen last heeft van pijn of ongemak in zijn laatste levensfase.

Vaak kijken we om ons heen en zien we dat er veel gebeurt. De zorgvrager krijgt te maken met verschillende zorgverleners, medicijnen worden voorgeschreven, onderzoek wordt aangevraagd, verpleegplannen worden uitgevoerd en veel meer. Al deze zaken maken onderdeel uit van het beleid. Bij het klinisch redeneren gaat het er niet alleen om dat je het beleid kan bepalen (vaak wordt het beleid ook niet door één persoon bepaald maar door meerdere zorgverleners uit meerdere disciplines). Het is hiernaast belangrijk dat je begrijpt waarom het beleid zo is opgesteld. Welk doel hebben we voor de zorgvrager? Hebben we goed nagedacht over de gewenste uitkomsten en de ongewenste uitkomsten?

Ook al proberen we altijd het beste voor de zorgvrager te realiseren, dan kan het nog steeds zo zijn dat de werkelijkheid anders loopt. De kunst is om bij het bepalen van het beleid ook rekening te houden met ongewenste uitkomsten. Als we van tevoren bedenken wat de ongewenste uitkomsten kunnen zijn, dan kunnen we ons soms ook beter voorbereiden en snel ingrijpen als dit nodig is.

Ongewenste uitkomsten kunnen spontaan ontstaan. Soms is het juist ons beleid waardoor deze ongewenste uitkomsten ontstaan. In dat geval spreken we van ‘complicaties’.

Voorbeelden van complicaties:

  • Allergische reactie door medicijnen;
  • Ernstige bloeding na een operatie;
  • Infectie door gebruik van materialen die niet goed waren gereinigd.