Het woord triage is afkomstig van het Frans en betekent: rangschikken op basis van prioriteit. De zorgvrager met de meest alarmerende symptomen krijgt het snelst de geschikte zorg toegewezen.

Bij triage gaat het erom dat je bepaalt of een zorgvrager snel door een arts moet worden onderzocht. Misschien is er wel niets aan de hand, maar misschien ook wel. Soms zie je bepaalde  symptomen en dan kan je niet zeker weten of de zorgvrager gevaar loopt. Je neemt dan geen risico en laat voor de zekerheid de zorgvrager verder nakijken. De symptomen waarbij je dit besluit, noemen we alarmsymptomen. De snelheid waarmee een zorgvrager moet worden bekeken door de arts noemen we urgentie.

Alarmsymptomen betekenen niet dat de zorgvrager ernstig bedreigd is, maar betekenen wel dat je het niet weet en dus snel moet laten onderzoeken door een arts.

In triageprotocollen wordt benoemd hoe snel een zorgvrager verder moet worden nagekeken bij bepaalde alarmsymptomen, De triageprotocollen benoemen niet welke zorg precies geleverd moet worden, maar wel hoe snel de arts moet komen kijken. Uiteindelijk beslist de arts welke zorg wordt geleverd, bijvoorbeeld medicijnen of een operatie. Vaak blijkt ook niets aan de hand te zijn hoeft de arts verder geen behandeling in te zetten.

Urgentiebepaling op basis van alarmsymptomen

Het bepalen van de urgentie op basis van alarmsymptomen is een belangrijk onderdeel van het klinisch redeneren en vormt de basis voor triage.

Ook al weten we soms niet wat een zorgvrager precies heeft, dan kunnen we soms wel weten dat zijn gezondheid misschien wel gevaar loopt en dat snel aanvullende zorg is vereist. Als deze zorg niet snel wordt geboden, bestaat een groot risico dat de zorgvrager schadelijke gevolgen ondervindt, of zelfs komt te overlijden. De bevindingen waardoor we aan een mogelijk spoedeisende situatie denken noemen we ‘alarmsymptomen’. Het is niet altijd zo dat een zorgvrager met alarmsymptomen werkelijk iets ernstigs blijkt te hebben, maar als we het niet weten, nemen we geen risico: we zorgen ervoor dat de zorgvrager verder onderzocht wordt door de juiste zorgverlener.

Wat gebeurt tijdens het triageproces?

Triage omvat het proces van rangschikken en prioriteren van het zorgaanbod aan de zorgvrager op basis van specifieke bevindingen die tezamen het toestandsbeeld vormen. Er wordt bij triage namelijk gedacht in toestandsbeelden, niet in diagnoses. Het toestandsbeeld is de omschrijving van de conditie van een zorgvrager aan de hand van klachten en symptomen zonder dat je perse moet weten wat er echt aan de hand is. In spoedeisende gevallen richt de beschrijving van klachten en symptomen zich in het bijzonder op de vitale functies en de bedreiging van organen of ledematen. Triage wordt dus niet geleid door wat er werkelijk aan de hand is, maar door “wat er aan de hand zou kunnen zijn”.

Bij triage wordt bepaald:

  • Of de gezondheid van de zorgvrager mogelijk bedreigd is en zo ja;
  • Hoe snel zorg geboden dient te worden

De uitkomst van triage is dus een urgentie, geen diagnose. Hoe snel moet de beroepsprofessional de zorgvrager zien of hoeveel tijd mag het duren voor een arts de zorgvrager beoordeelt? Het feit dat iemand bewusteloos is, bepaalt de snelheid van inzet, maar niet de oorzaak van de bewusteloosheid. Bij een ernstige diagnose zoals een melanoom, kan het bijvoorbeeld beter zijn rustig en gedegen zonder haast te werk te gaan.

Triage vindt plaats op basis van specifieke bevindingen. Een dergelijke bevinding wordt “triagecriterium” genoemd. Een triagecriterium is een aanwijzing om een zorgvrager zorg te bieden binnen een bepaalde termijn. Kennis van triagecriteria en bijbehorende urgenties heb je nodig om een correct beleid te kunnen hanteren.

Triagecriteria en urgentie:

Een triagecriterium is een bevinding die “aangeeft” dat de zorgvrager mogelijk bedreigd is en dat zorg van een behandelaar nodig is. Elk triagecriterium is gebonden aan een specifieke “urgentie”.

Een hoge mate van urgentie betekent niet meteen dat er werkelijk sprake is van een levensbedreigende aandoening. Op basis van de triage wordt enkel bepaald dat een zorgvrager met een bepaalde snelheid beoordeeld dient te worden. Zo kan het achteraf blijken dat de situatie niet ernstig was. Omdat men vooraf niet weet of een situatie ernstig is, dient een hoge urgentie te worden gekozen als je een ernstige bedreiging niet kan uitsluiten.

Voorbeeld:

Een zorgvrager met koorts meldt zich op de spoedeisende hulp. De triageverpleegkundige meet een hartfrequentie van 110/minuut en deelt de zorgvrager op basis hiervan in als “hoog urgent”. De zorgvrager wordt hierop direct binnengezet en volgens het sepsisprotocol opgevangen. Vervolgens blijkt de zorgvrager een ongecompliceerde oorontsteking te hebben en wordt hij met lichte  antibiotica naar huis gestuurd. Het is dus minder ernstig dan waar de triageverpleegkundige bang voor was. Toch is de triage is goed uitgevoerd. Je kan van tevoren vaak niet weten wat uiteindelijk de oorzaak is voor de klachten.