Een basisvoorwaarde voor de preventie van postoperatieve infecties is dat op de operatiekamer (OK) een goede hygiënediscipline heerst. De hygiënediscipline omvat vier maatregelen:

  • de handen goed desinfecteren;
  • sieraden afdoen;
  • het mond-neusmasker en de operatiemuts op de juiste wijze dragen;
  • het aantal deurbewegingen beperken (meer deurbewegingen tijdens een OK betekent ook meer micro-organismen).

Een ander onderdeel van infectiepreventie is het niet langer preoperatief ontharen met een scheermes.

Dit kan namelijk tot huidbeschadigingen leiden, waardoor een port d ‘entree ontstaat voor micro-organismen. Dit vergroot de kans op infecties. Daarom is het raadzaam om, indien mogelijk, op de verpleegafdelingen niet te ontharen. Het is de taak van de chirurg om te bepalen of het operatiegebied om operatie-technische redenen onthaard dient te worden. Als de chirurg besluit dat ontharen noodzakelijk is, wordt dit tegenwoordig vaak gedaan met een tondeuse met wegwerpbare kop in plaats van een scheermesje. Met een tondeuse wordt de huid minder beschadigd.

Ook is het raadzaam dat patiënten zelf bij het peroperatieve poliklinische consult informatie krijgen over het ontharingsbeleid. Hierbij wordt dan aangegeven dat (zelf) ontharen risico’s met zich meebrengt. Patiënten wordt daarom geadviseerd om het operatiegebied minstens een week voor de operatie niet meer te scheren/ontharen.

Als bij patiënten die een operatie moeten ondergaan antibioticaprofylaxe is geïndiceerd, dienen zij op het juiste tijdstip het juiste middel te krijgen. Hierdoor is de antibioticaspiegel bij de incisie (of het aanleggen van bloedleegte) zo optimaal mogelijk. Als norm geldt dat de profylactische antibiotica 15-60 minuten voor de incisie (of bloedleegte) moet worden gegeven.

Ook is het belangrijk om in de perioperatieve periode hypothermie te voorkomen bij patiënten die geopereerd worden. Indien bij geopereerde patiënten normothermie wordt gehandhaafd, is het risico op infecties kleiner. Het is daarom raadzaam om bepaalde maatregelen te treffen om normothermie te handhaven. Een passend beleid hierbij is:

  • voorkomen dat de patiënt tussen het vervoer van de verpleegafdeling naar de OK afkoelt, bijvoorbeeld door de patiënt eerder in bed te laten plaatsnemen;
  • vóór en tijdens de operatie en in de recovery warmhouddekens en -lakens gebruiken;
  • de patiënt tijdens de operatie een muts en sokken laten dragen.